De zon klimt stralend in het oosten
Op deze koude lentedag
Haar felle stralen prikken in mijn ogen
Er rolt een traan, er klinkt een lach.
Als op die morgen in de graftuin
Na nacht scheen daar een helder licht
Het licht der wereld kwam tot leven
En scheen het volk recht in ‘t gezicht.
Mijn licht, mijn heil, dat is de Here
Waarvoor is er nog angst in mij?
Ik wandel in het licht met Jezus
En het donk’re dal ligt achter mij.
De dag breekt aan vanuit het oosten
als op de eerste scheppingsdag
De vogels zingen opgetogen
Bedankt, Heer, dat ik leven mag!